6 maanden
Dag lieve zoon,
Je ligt te grommen in je park. Sinds een paar weken doe je dat namelijk: grommen. We dachten eerst dat er een gevaarlijk beest binnengeslopen was en jou opgegeten had, maar neen, het is gewoon jij zelf. Momenteel grom je naar je speelgoeddraak. Misschien praten jullie wel met elkaar en spreek jij al vloeiend Draak.
We moeten eens praten, jij en ik. Even ernstig nu. Mama en moetie houden zielsveel van je. Je bent het licht van ons leven en nog meer van dat soort new age crap. We zouden je niet meer kunnen missen. Als je een lang middagdutje doet, kijken we naar elkaar van “goh, zou hij nog lang slapen...”, als je ’s avonds al in je bedje ligt, kijken we af en toe naar het lege park en verzuchten we even... soit, we zijn typische moeders. Vrijdag (binnen drie dagen) moet mama echter eens weg, naar haar collega’s. Ze is er een beetje bang voor, want ze heeft hen lang niet gezien en ze zal jou naar de crèche moeten brengen. De crèche waar moetie werkt, maar soit. Het is “ergens waar mama niet is”. Het is de eerste keer dat jij een middag/avond (want daarna gaat mama misschien nog eten met die collega’s) ergens zal zijn waar mama niet is. Je zal koddige dingen doen en mama kan ze niet zien. Je zal beginnen huilen en mama kan je niet troosten. Je zal rondkijken en mama zal niet bewonderend naar jou zitten kijken. Iemand anders zal jou eten geven. Misschien zal moetie je wel in bed moeten stoppen voor mama terug is. Loslaten begint vroeg, merkt mama plots. Maar goed, terug naar de essentie. De collega’s. Mama moet op babybezoek. En in januari, nog maar een goeie maand van nu, moet mama weer gaan werken. Nog zoiets waar mama met gemengde gevoelens naar kijkt. Langs de ene kant heeft mama zin om terug te werken, langs de andere kant wil ze het liefst altijd en overal bij jou zijn.
Maar dat zou een beetje eng en verstikkend zijn.
Vooral voor jou.
Dus. De collega’s. En de creche.
Wat is hier nu belangrijk? Als mama er niet is, lieve jongen, dan zijn ook mama’s borsten er niet. En daar wringt het schoentje nu net. Jij hebt blijkbaar, in je oneindige wijsheid, twee maanden geleden beslist dat melk enkel lekker is als het uit mama’s borsten komt. En dat is een probleem. Want binnenkort zijn mama’s borsten, samen met mama, op haar werk. En ben jij bij moetie in de creche. En zouden we toch graag hebben dat je daar niet constant honger hebt, zowel voor jou als voor moetie en haar collega’s.
Vorige week dronk je vier dagen redelijk enthousiast een fles. Vier dagen! Redelijk enthousiast! De mama’s hadden al een vreugdevuur aangestoken en waren al een afbouwschema aan het plannen. Ze hadden het triomfantelijk op internet gezet, zodat iedereen het kon lezen. Zo zijn ze wel.
Gisteren heb je echter beslist dat het gedaan is met die fles. Bleh, fles. Borsten zijn lekkerder.
En ja, jongen, mama vindt het ergens ook jammer. Langs de ene kant wil mama heel graag haar borsten terug (het is te koud om ze te pas en te onpas boven te halen en een mens moet stoppen voor het genant wordt), langs de andere kant geniet ze ook van het knuffelen met jou. Maar knuffelen kan ook met een fles. Echt waar! Vorige week, tijdens die vier dagen, hebben mama en moetie dat toch bewezen? Dat was toch ook leuk? En als je binnen een jaar of 15 (16, 20, 30) met een lief thuis komt, zou je toch niet willen dat de mama’s –naast de 9000 foto’s die ze zullen bovenhalen- het grote “Bas wou niet stoppen met borstvoeding”-verhaal vertellen... of wel?
Neen. Chantage is hier niet de juiste weg.
Toen je vanmorgen geen flesje wou en je, na je groentenpap, schreeuwend van verontwaardiging terug in je bedje lag, was mama vastbesloten om door te zetten. De hele dag flesjes! Los van mama’s borsten die dat ook niet appreciëren (nu heeft mama er al drie tegen zich: jij en haar twee borsten), ging mama haar best doen. Consequent zijn!
Na je dutje kwam je heel vrolijk uit je bedje, maar ja... honger. Mama gaf toe. Je blik en je lach toen mama haar borst tevoorschijn haalde... jongen toch. Mijn hart brak in honderd stukken. Wat nu he? Morgen naar Kind en Gezin. Misschien weten zij, voor eens in hun bestaan, raad. En straks, na je fruitpap (met peer, want bleh, appel), proberen we nog eens met die fles. We geven niet op, jongen.
Voor de rest ben je nog steeds een voorbeeldige zoon. Koddig. De langste wimpers ooit. Prachtige ogen. En je vindt je mama’s sinds kort hilarisch. Hi-la-risch! Eindelijk het publiek waar we recht op hebben, al zeg ik het zelf. Mama doet een dansje? Prachtig. Mama blaast bellen in je nek? Giechelbui. De mama’s zingen van “twinkel winkel”? Eindeloze bewondering. Maar je blijft toch een beetje een meerwaardezoeker. Dat zien we nu al. Vorige week heb je voor de eerste keer moetie natgespat in bad maar je hebt het blijkbaar alweer een beetje gehad daarmee. Alsof je denkt “pff, moet ik mij met dit soort kinderachtige onzin bezig houden. Ik eet liever mijn badspeelgoed op. Of ik pak mijn tenen. Veel leuker.” Bij mama heb je er een sport van gemaakt om op de handdoek te plassen. Na je bad. Uiteraard. Waarvoor dank.
Het is grote liefde tussen jou en Zena, de poes waarvan je moetie en ik ervan overtuigd waren dat ze op de microgolfoven zou kruipen van angst. Als je moet eten, vindt ze niets leuker dan rond jou te komen paraderen. Als je haar ziet, begin je met je voetjes te stampen en wil je haar strelen. Al kan dat “strelen” van jou wel net iets zachtaardiger. Plukken haar uittrekken is niet zo lief, jongen, maar ze neemt het je niet kwalijk. Het is alsof ze weet dat je nog maar een kitten bent. De andere poezen houden wat meer afstand. Ze zijn verstandiger dan Zena, vermoeden we.
Gisteren heeft moetie je eetstoel gemonteerd zodat je bij ons aan tafel kan zitten. Je zit nog verre van stevig, maar het is dolle pret. Ook zo als we je op je voetjes laten staan. Het plezier straalt van je gezicht.
En slapen doe je voorbeeldig! Al durft mama dat niet te luid zeggen, want telkens als ze iets dergelijks op het internet pleurt (“Hij slaapt door!” “Hij drinkt flesjes!”) beslis je dat het ermee gedaan is. Waar verstop je die laptop? En wanneer heb je leren lezen?
Rollen is niets voor jou, dat hebben we al opgegeven. Oh, naar je zij, om je speelgoed (je broek, de doekjes) te nemen, ja, dat wel. Maar toch niet verder dan dat. Ah neen. Waarom zou je eigenlijk? Je moe maken? Pff. Neen hoor, dank je wel. Van op je rug kan je alles zien wat je wil. We hopen alleen maar dat dit ook niet je visie is op kruipen of stappen, of het zal moeilijk worden als we je naar school brengen.
Je speelt al even graag met etiketjes als met het “echte” speelgoed. Of met je slabbetje. Of je sok. Of inpakpapier. Hadden we dat geweten, we hadden veel geld kunnen uitsparen. Je geeft natte kwijlzoenen aan je mama’s. Je roept naar je vismobile, naar je moetie, naar mij, naar de poezen. Kortom, we hebben het super samen.
Alleen die flesjes... Daar zullen we nog wat aan werken, niet?
Dikke zoen,
Je mama.
Monday, December 06, 2010
Friday, December 03, 2010
Zo van die mensen
Er zijn van die mensen die niet door sneeuw zouden mogen rijden. Die een rijbewijs B- zouden moeten krijgen... alles goed in de zomer (hoewel, bij hevige regenval op de autostrade...), maar onder voorwaarden in de winter. Zo van die mensen die ook als het gestrooid is 50 blijven rijden op de autostrade en 1 km achter hun voorligger blijven. Die hun bochten nemen in eerste "just in case" en die op hun rem gaan staan als ze ook nog maar denken dat er ergens een beetje ijzel ligt.
Ik ben één van die mensen.
Vorig jaar heb ik wakker gelegen van die sneeuw. Ik was doodsbang. Ik maakte mezelf wijs dat het kwam doordat ik zwanger was (precious cargo, weet u wel), maar dit jaar -niet zwanger- ben ik even erg. Ik heb visioenen hoe ik de auto (de nieuwe, de oude, maakt niet uit) in de prak rijd, meestal door tegen een andere auto te rijden -waardoor mijn verzekeringskosten weer lekker omhoog kunnen gaan- en uiteraard is onze auto dan perte totale. U ziet dat toch wel van hier.
Vandaar dat ik erg blij ben dat ik nog thuis ben tot half januari. Maar daarna mag het dan wel niet meer sneeuwen. Liefst nooit meer. Tenzij ik van thuis uit kan werken. Kunnen we dat nu al regelen?
Er zijn van die mensen die niet door sneeuw zouden mogen rijden. Die een rijbewijs B- zouden moeten krijgen... alles goed in de zomer (hoewel, bij hevige regenval op de autostrade...), maar onder voorwaarden in de winter. Zo van die mensen die ook als het gestrooid is 50 blijven rijden op de autostrade en 1 km achter hun voorligger blijven. Die hun bochten nemen in eerste "just in case" en die op hun rem gaan staan als ze ook nog maar denken dat er ergens een beetje ijzel ligt.
Ik ben één van die mensen.
Vorig jaar heb ik wakker gelegen van die sneeuw. Ik was doodsbang. Ik maakte mezelf wijs dat het kwam doordat ik zwanger was (precious cargo, weet u wel), maar dit jaar -niet zwanger- ben ik even erg. Ik heb visioenen hoe ik de auto (de nieuwe, de oude, maakt niet uit) in de prak rijd, meestal door tegen een andere auto te rijden -waardoor mijn verzekeringskosten weer lekker omhoog kunnen gaan- en uiteraard is onze auto dan perte totale. U ziet dat toch wel van hier.
Vandaar dat ik erg blij ben dat ik nog thuis ben tot half januari. Maar daarna mag het dan wel niet meer sneeuwen. Liefst nooit meer. Tenzij ik van thuis uit kan werken. Kunnen we dat nu al regelen?
Subscribe to:
Posts (Atom)